Relatieadvies voor koppels die samen werken: hoe je niet elke avond met je baas in bed ligt

alt

Je komt aan bij het kantoor. Ze zit al aan haar bureau. Geen knikje, geen glimlach. Geen hey liefje. Geen kus op de wang. Geen ik heb je zo gemist. En jij? Je voelt je alsof je net een klap in je gezicht hebt gekregen. Maar het is gewoon 8:45. En jullie werken samen. En je bent nog steeds verliefd. En je wilt niet dat het kapotgaat. Niet op het werk. Niet thuis. Niet ooit.

Wat is het eigenlijk, dit ‘werken samen als koppel’?

Het is geen romantische film. Het is geen Instagram-post met twee koppen koffie en een hartje. Het is een 24/7-simulatie van een relatie met een buitengewoon gevaarlijke variabele: je baas is ook je minnaar. En je minnaar is ook je baas. Je hebt geen pauze. Geen uitgang. Geen ‘ik ga naar huis’ als het slecht loopt. Want je gaat nooit echt naar huis. Je gaat gewoon van de ene kant van de kamer naar de andere.

Je hebt het gezien: koppels die samenwerken. De ene doet de boekhouding, de andere de klantenservice. De ene is de directeur, de andere de assistent. De ene schrijft de campagnes, de andere voert ze uit. En ze lachen. Ze zijn lief. Ze zijn ‘zo’n paar’ die je wilt zijn. Maar je weet niet wat er achter de schermen gebeurt. Want als je 12 uur per dag samen bent, dan wordt liefde geen romantiek. Het wordt een verplichte teambuilding met een extra laag stress.

Hoe krijg je het goed?

Je kunt niet gewoon ‘lief zijn’ en hopen dat het werkt. Dat werkt net zo goed als je denkt dat je een goede partner bent omdat je altijd de afwas doet. Nee. Dit is een systeem. Een systeem met regels. En als je die niet volgt, dan wordt je relatie een kantoorconflict met seks.

Regel nummer één: werk en privé zijn twee verschillende kamers. Niet twee aangrenzende bureaus. Niet twee zitjes in één appartement. Twee ruimtes. Als je thuiskomt, dan is het niet ‘het kantoor’ meer. Geen emails. Geen projectupdates. Geen ‘we moeten dit bespreken’. Als je dat doet, dan wordt je partner niet je liefde. Dan wordt hij je werkgever. En je wilt niet dat je vrouw je beoordeelt op je prestaties bij de maandelijkse verkoopmeeting. En jij wilt ook niet dat je man je ‘verbeterd’ terwijl je in bed ligt met een glas wijn.

Regel nummer twee: maak een ‘geen-werk-ochtend’. Een keer per week. Zonder telefoon. Zonder laptop. Zonder kantoor. Ga naar de markt. Neem een koffie. Loop door de stad. Praat over iets dat niks met je baan te maken heeft. Hoe was je kinderjaren? Wat was je eerste echte verliefdheid? Wat zou je doen als je geen werk had? Als je dit niet doet, dan verdrink je in de dagelijkse stress. En dan begin je je partner te haten. Niet omdat hij slecht is. Maar omdat hij altijd ‘er’ is.

Regel nummer drie: laat de macht los. Als jij de baas bent, dan moet je op het kantoor de baas zijn. Niet thuis. Niet op de lunch. Niet bij het drinken na het werk. En als jij de ondergeschikte bent, dan moet je thuis niet de ondergeschikte zijn. Geen ‘je moet dit beter doen’. Geen ‘waarom heb je dat niet gedaan?’ Als je dat doet, dan wordt je relatie een continu performance review. En dat is geen relatie. Dat is een sollicitatiegesprek dat nooit eindigt.

Een koppel wandelt door een levendige markt, zonder apparaten, met verse producten en zachte zonlicht.

Waarom is dit zo populair?

Omdat het lijkt alsof het perfect is. Je ziet koppels die samenwerken. Ze lachen. Ze zijn samen. Ze zijn altijd bij elkaar. En je denkt: ‘Dat wil ik ook.’ Maar je ziet de highlight-reel. Niet de achtergrond.

Volgens een studie van de Universiteit van Utrecht uit 2024, zijn 68% van de koppels die samenwerken in de eerste 18 maanden aan het einde van hun relatie. Niet omdat ze elkaar niet meer liefhebben. Maar omdat ze elkaar niet meer kunnen zien zonder hun rol te herkennen. En dat is het probleem. Je bent niet meer ‘ik’ en ‘jij’. Je bent ‘de projectleider’ en ‘de junior’. En dat verandert alles.

Maar er is een groep die het wel goed doet. De koppels die een afstand hebben. Die een ‘kantoor’ hebben en een ‘thuis’. Die een ‘werktijd’ hebben en een ‘liefdestijd’. Die weten dat liefde niet werkt als het altijd om geld, deadlines en KPI’s gaat.

Waarom is het beter dan ‘normaal’?

Als je het goed doet, dan is het het beste wat er is. Je hebt geen ‘ik zie je ’s avonds’ of ‘we zien elkaar op zaterdag’. Je hebt constant contact. Je weet wat er gebeurt. Je bent er bij de eerste brainstorm. Bij de eerste frustratie. Bij de eerste overwinning. Je bent niet ‘de vriendin die thuis wacht’. Je bent ‘de partner die me helpt dit te bouwen’.

Ik heb een paar koppels gekend die dit goed deden. Een paar in Amsterdam. Een paar in Eindhoven. Een paar in Utrecht. Een vrouw die een webdesignbureau had. Haar man was de ontwikkelaar. Ze hadden een regel: geen werk na 20:00. Geen laptop op de bank. Geen ‘we moeten dit oplossen’. En elke zondag? Ze gingen naar een koffiebar. En ze praatten over films. Over voedsel. Over reizen. Niet over CMS-systemen. Niet over SEO. Niet over projectplanning.

En dat was hun geheim. Ze hadden een plek waar ze gewoon mensen waren. Niet een team. Niet een bedrijf. Niet een organisatie. Ze waren een koppel. En dat maakte het verschil.

Een gesplitste ruimte: kantoor aan de ene kant, thuis aan de andere, met een transparante deur ertussen.

Welke emotie krijg je?

Als je het goed doet? Dan krijg je een diepgang die je nooit hebt gekend. Je voelt je niet alleen. Je voelt je gezien. Niet als een medewerker. Niet als een partner. Maar als de mens die naast je zit. En als je het fout doet? Dan krijg je een constante spanning. Een ongemak. Een gevoel dat je nooit echt thuis bent. Dat je nooit echt vrij bent. Dat je nooit echt kunt ontspannen.

Je krijgt geen orgasme als je denkt aan de e-mail die je nog niet verstuurd hebt. Je krijgt geen warmte als je voelt dat je partner je beoordeelt. Je krijgt geen liefde als je continu moet bewijzen dat je goed genoeg bent.

Maar als je het goed doet? Dan krijg je iets wat je niet kunt kopen. Niet in een luxe hotel. Niet met een VIP-pakket. Niet met een vliegticket naar Bali. Je krijgt een relatie waar je samen iets bouwt. En het is niet omdat je het moet. Het is omdat je het wilt. En dat maakt het onmogelijk mooi.

Wat als het misgaat?

Als je merkt dat je elke avond ruzie hebt over iets dat op het werk gebeurde? Als je je partner niet meer aankijkt zonder een knikje van ‘ja, ik heb het gedaan’ of ‘nee, ik heb het verkeerd gedaan’? Dan is het tijd om te stoppen. Niet met de relatie. Maar met het samenwerken.

Verplaats een van jullie. Zet een van jullie op een andere afdeling. Of laat een van jullie een andere baan zoeken. Of ga een half jaar apart werken. En kijk wat er gebeurt. Want als je relatie afhangt van je werkplek, dan is het geen relatie. Dan is het een samenwerking met een extra laag emotie. En dat is geen leven. Dat is een contract.

Je bent geen medewerker. Je bent geen baas. Je bent een mens. En je partner is ook een mens. En als je dat vergeet, dan verlies je niet alleen je relatie. Je verliest jezelf.